De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking
in Europa (OVSE; in het Engels OSCE) is een politieke organisatie van 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika,
die zich bezighoudt met de veiligheid en de samenwerking in Europa.
De OVSE probeert vooral preventieve diplomatie
te gebruiken om conflicten te voorkomen, of te beperken. Na een conflict biedt de organisatie bijstand bij de (weder)opbouw
van democratie en rechtsorde. Voor het beheersen en oplossen van conflicten vestigt de OVSE kantoren in de gebieden ter plaatse.
In 1991 werd een nieuw toezichtmechanisme toegevoegd.
Dit voorziet in de mogelijkheid om mensenrechtenexperts naar een lidstaat van de OVSE te sturen. Staten kunnen hier vrijwillig
om verzoeken, maar ook kan deze missie tegen de zin van een staat naar diens grondgebied worden gestuurd.
De Russische Federatie is lid van de OVSE.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Raad van
Europa maar ook andere veiligheidsorganisaties als de NAVO en de VN, heeft de OVSE een primair politiek karakter. De afspraken
die OVSE-lidstaten maken zijn politiek bindend en niet juridisch bindend. Dit betekent echter niet dat deze afspraken sneller
opzijgezet zullen worden. De afspraken zijn gemaakt op het hoogste politieke niveau en hun gezag is daarom (bijna) net zo
sterk als ieder ander statuut in het internationale recht.
Ook stuurt de OVSE stuurt indien nodig verkiezingswaarnemers,
die erop toezien dat de verkiezingen in een land vrij en eerlijk verlopen. In sommige gevallen is de OVSE zelf verantwoordelijk
voor de organisatie van de verkiezingen. Daarnaast helpt de OVSE bij de terugkeer van vluchtelingen of de (weder)opbouw van
de politie of de rechterlijke macht in een voormalig crisisgebied.
In principe komen de staatshoofden en regeringsleiders
van de OVSE-landen eens in de twee jaar bij elkaar in de OVSE-top. Eenmaal per jaar komt de Raad van Ministers bij elkaar,
bestaande uit de Ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten.
Het beleid van de OVSE wordt bepaald in de Permanente
Raad, die wekelijks vergadert in Wenen. Hier wordt doorlopend overleg gevoerd over de veiligheidstoestand in het OVSE-gebied.
Deze raad bestaat uit permanente vertegenwoordigers van alle OVSE-landen. De (roulerende) voorzitter van de Permanente Raad,
ook wel Chairman in Office (CiO) genoemd, of diens vertegenwoordiger heeft tot taak de dagelijkse politieke leiding van de
OVSE. Deze wordt ondersteund door de vorige en de volgende voorzitter. De ambtelijke leiding berust bij de secretaris-generaal
van de OVSE.
In het Forum voor Veiligheidssamenwerking wordt over wapenbeheersing overlegd en probeert meer openheid
over defensieplanning te bewerkstelligen. Het Forum vergadert wekelijks in Wenen. In Wenen is ook het Conflict Preventie Centrum
gevestigd. Dit centrum ondersteunt de verschillende OVSE-missies in risicogebieden. Tot slot komen één keer per jaar in Praag
de OVSE-landen in het Economisch Forum bijeen om economische en milieukwesties te bespreken.
De Chairman-in-Office (CiO) is altijd de minister
van Buitenlandse Zaken van het land dat OVSE-voorzitter is. De Nederlander Jaap de Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) was van gegin 2003 tot 3 december 2003 voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid
en Samenwerking in Europa (OVSE).
Speerpunt van het Nederlandse voorzitterschap was het vraagstuk van illegale handel
van wapens, van drugs maar vooral van mensen. Volgens Nederland is de OVSE bij uitstek geschikt om deze problemen aan te pakken.
Door te zorgen dat alle landen deze misdaden strafbaar stellen, dat politie en justitie de problemen herkennen en er op de
juiste wijze tegen wordt optreden, door opvang te bieden aan de slachtoffers en door de grenscontroles te verbeteren.
Bron: Nieuws 16 juli 2003 (Open Doors)
Oslo
- Regeringsvertegenwoordigers en afgevaardigden van onder meer
godsdienstige groeperingen komen morgen en vrijdag bijeen
op een conferentie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Wenen. Centrale vraag is hoe de
deelnemende landen het recht op vrijheid van godsdienst van hun burgers beter kunnen waarborgen. Aan de vooravond van het
congres publiceert Forum 18, een Noors persbureau dat schendingen van de godsdienstvrijheid nauwgezet volgt, een overzicht
van enkele van de serieuzere schendingen van de godsdienstvrijheid zoals die in een aantal OVSE-landen nog altijd voortbestaan.
Lid van de OVSE zijn alle landen van Europa,
Centraal-Azië en Noord-Amerika; totaal 55. Het lidmaatschap is niet verplicht: staten zijn vrij zich aan te sluiten (en daarmee
de bindende OVSE-afspraken te aanvaarden). Sluiten ze zich aan, dan beloven ze zich ook in te zetten voor de vrijheid van
godsdienst in hun land.
Voorzitter van de OVSE is op dit moment Nederland.
Volgens Forum 18 vragen velen zich af hoe het
kan dat landen die de godsdienstvrijheid met voeten treden -vooral Turkmenistan, Oezbekistan, Wit-Rusland, Azerbeidzjan en
Armenië- lid mogen blijven van de OVSE. 'Vaak luidt het antwoord, buiten de publiciteit, dat het beter is om de overtreders
binnen te houden, in de hoop ze zo nog een beetje in de goede richting te kunnen duwen, dan ze hun lidmaatschap te ontzeggen.'
Het resultaat? 'Veel om hun geloof vervolgde personen hebben weinig vertrouwen meer in wat deze organisatie voor hen kan of
wil betekenen.' De nieuwsdienst meldt vervolgens een aantal van de 'serieuzere' schendingen van de godsdienstvrijheid in het
oostelijk deel van de OVSE-regio.
In een 'alarmerend' aantal staten worden regelmatig
kerkdiensten verstoord en kerkbezoekers gestraft. Turkmenistan is de grootste overtreder: dit land behandelt alle niet-moslimse
en niet-Russisch-orthodoxe samenkomsten als illegaal. Oezbekistan en Wit-Rusland benadelen vooral ongeregistreerde gemeenten.
In Wit-Rusland kunnen veel protestantse groeperingen -sommige met meer dan 1000 leden- niet samenkomen omdat ze zich niet
mogen laten registreren. Ook in Kazakstan en Azerbeidzjan worden diensten vaak verstoord.
Het openen van kerkgebouwen is in een aantal
staten -Turkmenistan, Oezbekistan, Azerbeidzjan, Wit-Rusland zo goed als onmogelijk. In Wit-Rusland en Oezbekistan zijn groeperingen
verplicht zich te laten registreren, willen ze ook maar enige religieuze activiteit kunnen ontplooien. In Turkmenistan, Kazakstan
en Oezbekistan beweren de autoriteiten dat dit verplicht is. Registratie is in Wit-Rusland, Azerbeidzjan, Slovenië, Slowakije
en Rusland erg moeilijk.
In Wit-Rusland en Azerbeidzjan wordt alle religieuze
lectuur die wordt gepubliceerd of die het land binnenkomt, gecensureerd. De douane van Azerbeidzjan confisqueert zulke lectuur
routinematig en geeft die alleen terug op het moment dat het Staatscomité voor Werk met Religieuze Organisaties daarvoor expliciet
-schriftelijk- goedkeuring heeft gegeven. Verboden boeken worden teruggestuurd naar de afzender of vernietigd. In Oezbekistan
en Turkmenistan is formeel geen sprake van censuur, maar ook daar worden regelmatig lectuurzendingen onderschept. Personen
die verblijven in bijvoorbeeld gevangenissen, ziekenhuizen of dienstdoen in het leger ondervinden meer dan eens moeilijkheden
bij het verkrijgen en bezitten van godsdienstige lectuur, het bidden en het ontmoeten van geestelijke leiders of geloofsgenoten.
Turkmenistan heeft vele protestanten, Jehovahs
getuigen en leden van andere godsdienstige minderheden ontslagen uit overheidsfuncties. Turkmeense en Azerbeidzjaanse autoriteiten
proberen mensen te dwingen 'terug te keren' tot het geloof van hun voorouders, de islam. Via de media vallen ambtenaren in
Azerbeidzjan, Armenië en Wit-Rusland religieuze minderheden regelmatig aan.
Veel Centraal-Aziatische regeringen mengen
zich in de interne zaken van religieuze gemeenschappen. Religieuze minderheden ondervinden vaak nauwelijks overheidsbescherming
tegen geweld. Georgië is hiervan een duidelijk voorbeeld. Wetten en maatregelen die betrekking hebben op het godsdienstige
leven komen nogal eens tot stand zonder dat hierover publiek is gedebatteerd. Voorbeelden zijn de restrictieve religiewetten
in Wit-Rusland en Bulgarije (2002) en geplande nieuwe wetten in Georgië, Azerbeidzjan en Moldavië. Weliswaar wordt internationale
organisaties, zoals de OVSE, zo nu en dan om advies gevraagd, maar regeringen weigeren vaak de gekregen adviezen te publiceren
of ze negeren die. Groeperingen die zich bezighouden met het rapporteren van schendingen van de godsdienstvrijheid worden
nogal eens tegengewerkt. Overheidsbeambten weigeren journalisten te vertellen wat zij hebben gedaan en waarom.
Veel van de genoemde restricties dateren al
van voor 11 september 2001. Regeringen kunnen daarom niet aanvoeren dat ze nodig zijn om de openbare veiligheid te garanderen.
Deze maatregelen laten de weerstand zien die sommige OVSE-staten hebben tegen het recht van hun burgers om hun zelfgekozen
geloofsovertuiging te praktiseren - zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat in 1993 omschreef als 'een van
de fundamenten van een democratische samenleving.' (Forum 18 News)
Bron: Nieuws 2 augustus 2003 (homepage van de Christenunie)
(Verschenen in Reformatorisch
Dagblad en Friesch Dagblad)
Nederland zou, aldus Willem Schneider, als
huidig voorzitter van de OVSE concrete stappen moeten zetten om te bewijzen dat de vrijheid van godsdienst hoog op de politieke
agenda staat.
De Tweede Kamer zal na het zomerreces met minister
De Hoop Scheffer overleggen over het Nederlandse OVSE-voorzitterschap van het afgelopen halfjaar. De regering was voornemens
het parlement elk kwartaal te informeren over de voortgang van de werkzaamheden van het Nederlands voorzitterschap. Tot nu
toe heeft de Kamer echter slechts één rapportage ontvangen. Handhaving van de godsdienstvrijheid zou door Nederland hoog op
de politieke agenda worden gezet. Daarom zal de Nederlandse regering de afgelopen tijd achter de schermen ongetwijfeld activiteiten
ten aanzien van sommige landen ontplooid hebben waarbij het recht op godsdienstvrijheid aan de orde is gesteld.
De resultaten van de Nederlandse inzet zijn
echter nog niet goed zichtbaar. Daarom was het goed dat de SGP en de ChristenUnie, vanwege de summiere informatie, de laatste
maanden verschillende schriftelijke vragen stelden over schendingen van de godsdienstvrijheid in Oezbekistan en Turkmenistan.
De vorige minister van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen, zei in december 2000 dat ons land zich binnen de OVSE steeds sterk
geprofileerd heeft op het thema godsdienstvrijheid. Van Aartsen gaf echter ook aan dat het niet mag blijven bij het volgen
van gebeurtenissen. "Er moet ook worden gewerkt aan concrete stappen", aldus Van Aartsen. De vraag is wat de huidige minister
van Buitenlandse Zaken heeft gedaan op dit gebied en met welk resultaat.
Actualisering
In
de aanloop naar het OVSE-voorzitterschap toonde de huidige minister, De Hoop Scheffer, zich positief over een motie van ChristenUnie-kamerlid
Tineke Huizinga. Zij vroeg daarin om actualisering van de regeringsnotitie over de godsdienstvrijheid (1998). Dit verzoek
werd kamerbreed gesteund. Als reactie op deze motie gaf De Hoop Scheffer aan dat dit onderwerp tijdens het OVSE-voorzitterschap
zeker niet vergeten zou worden. Toch werd in een voorbeschouwing van de regering op het OVSE-voorzitterschap nauwelijks gewag
gemaakt van activiteiten op dit gebied. Op 17 en 18 juli werd in Wenen een OVSE-bijeenkomst over godsdienstvrijheid georganiseerd.
De problemen in Centraal-Azië op dit gebied zouden volgens de minister nadrukkelijk op de agenda van deze bijeenkomst staan.
Dat was een goede insteek, want in een alarmerend aantal staten in Centraal-Azië worden geregeld kerkdiensten verstoord en
kerkgangers gestraft.
In Wit-Rusland kunnen veel protestantse groeperingen
-sommige met meer dan 1000 leden- niet samenkomen omdat ze zich niet mogen laten registreren. Ook in Kazakstan en Azerbeidzjan
worden diensten vaak verstoord. Het open en van kerkgebouwen is in een aantal staten -Turkmenistan, Oezbekistan, Azerbeidzjan,
Wit-Rusland zo goed als onmogelijk. Het valt in minister De Hoop Scheffer te prijzen dat hij als OVSE-voorzitter recent in
enkele Centraal-Aziatische landen op bezoek is geweest, zodat hij zich ter plekke op de hoogte kon stellen van de situatie.
Volgens krantenberichten zou hij in Oezbekistan aangedaan zijn door verhalen van moeders wier zonen zijn gemarteld of geëxecuteerd.
Vreemde
reactie
Gelet op deze reactie doet het vreemd aan dat dezelfde minister tegen journalisten over de Oezbeekse president
Karimov zou hebben gezegd dat 'we van hem geen Europeaan kunnen maken.' Ook zou het volgens de minister
te hoog gegrepen
zijn om Oezbekistan langs de meetlat van de West-Europese democratieën te leggen. Een onbegrijpelijke uitspraak, omdat mensenrechten,
inclusief de vrijheid van godsdienst, universele waarden zijn. Hopelijk heeft de Nederlandse minister met Karimov niet alleen
over de doodstraf maar ook over de wet op de godsdienst in Oezbekistan (uit 1998) gesproken. Deze wet perkt de rechten van
christenen behoorlijk in. Een verslag van deze reis is helaas nog niet beschikbaar. Dat geldt ook voor het verslag van de
reis die de minister in maart naar Turkmenistan maakte, waar hij sprak met president Niyazov. Hopelijk heeft de Hoop Scheffer
met deze president ook gesproken over de grote schendingen van het recht op vrijheid van godsdienst. Volgens Forum 18, een
Noors persbureau dat schendingen van de godsdienstvrijheid nauwgezet volgt, is Turkmenistan namelijk de grootste overtreder.
De Turkmeense regering behandelt alle niet-islamitische en niet-Russisch-orthodoxe samenkomsten als illegaal. Ook is registratie
van gemeenten nauwelijks mogelijk, omdat de godsdienstwet uit 1996 eist dat de gemeente ten minste 500 volwassen leden telt.
Het is daarom goed dat Van der Staaij (SGP) en Huizinga (ChristenUnie) daarover schriftelijke vragen aan de minister hebben
gesteld.
Het is te waarderen dat Nederland aan het begin
van zijn voorzitterschap de Finse oud-president Martti Ahtisaari tot speciale gezant voor de Centraal-Aziatische regio heeft
benoemd. Nederland hecht namelijk aan nauwe samenwerking met deze regio. Er is echter meer nodig. Gelet op de ernstige situatie
op het gebied van de godsdienstvrijheid in deze landen zijn -om met oud-minister Van Aartsen te spreken- meer 'concrete stappen'
gewenst. Zo'n stap zou de benoeming van een hoge commissaris voor de godsdienstvrijheid kunnen zijn. Van deze benoeming gaat
op zich al het signaal uit naar de OVSE-leden dat de huidige voorzitter met de handhaving van de vrijheid van godsdienst serieus
omgaat en die hoog op de politieke agenda heeft geplaatst.
De nieuwe functie is te vergelijken met die
van de huidige commissaris voor de minderheden. Tot voor kort bekleedde oud-minister Van der Stoel deze functie. De nieuwe
commissaris zou tot taak hebben regeringen aan
te spreken op de (morele) verplichtingen die zij krachtens hun OVSE-lidmaatschap
zijn aangegaan. Deze commissaris kan een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van conflicten met een religieuze
dimensie.
Is de benoeming van zo'n commissaris politiek onhaalbaar, dan zou de regering kunnen inzetten op de benoeming
van een vertegenwoordiger voor de godsdienstvrijheid. Handhaving van godsdienstvrijheid is ook in het kader van conflictpreventie
en stabiliteit van cruciaal belang.
Extremisten
De
regionale veiligheid kan in de Centraal-Aziatische landen alleen worden verzekerd als de vrijheid van godsdienst wordt gegarandeerd.
Extremisten kunnen religie gebruiken als middel om aan de macht te komen. Zij maken dan dankbaar gebruik van de intolerante
houding van de autoriteiten ten aanzien van sommige godsdiensten. De hoge commissaris of vertegenwoordiger voor de godsdienstvrijheid
kan ook bij individuele gevallen een bemiddelende rol spelen. Volgens de minister is Nederland als voorzitter 'goed op streek,
maar zal het nog veel inspanningen vergen om aan het einde van het jaar ook werkelijk resultaat te boeken. Enkele etappes
zijn met succes gereden, maar het einde van de koers is nog niet in zicht.' Het spreekt vanzelf dat we in de tweede helft
van het jaar geen eindsprint kunnen verwachten, want het recht van christenen om hun godsdienst te belijden is vaak een zaak
van lange adem. Wel verwachten we van de regering meer concrete en zichtbare stappen op het gebied van de godsdienstvrijheid,
zodat aan het einde van het jaar gesteld kan worden dat de OVSE, dankzij de Nederlandse inzet, op dit gebied een betere koers
is gaan varen. (RD van Open Doors)
Willem Schneider is werkzaam
bij de mr. G. Groen van Prinstererstichting, het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie. Hij was verder onder meer
coördinator godsdienstvrijheid van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie en stafmedewerker van de Tweede Kamercommissie
Buitenlandse Zaken